Uitzendkracht: je loon en de fases
Gelijkwaardige beloning, fase A en B, vakantiegeld, vakantiedagen en pensioen als uitzendkracht: per onderwerp een kort antwoord, met het artikel en de bron.
Bijgewerkt op
Werken via een uitzendbureau roept vragen op. Verdien ik wel genoeg? Heb ik dezelfde rechten als een vaste medewerker? Bouw ik iets op? Hieronder per vraag een kort antwoord, met het artikel en de bron erbij.
Welke cao geldt voor jou?
De ABU-cao voor uitzendkrachten 2026-2028 loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 (art. 3 lid 1). Er bestaat ook een NBBU-cao. De ABU-cao geldt niet bij een werkgever die lid is van de NBBU (art. 1 lid 2). Ook een andere cao kan gelden, bijvoorbeeld bij payroll of in de bouw. Welke cao geldt, hangt dus af van je werkgever. Vraag het voordat je tekent; de regels hieronder gaan uit van de ABU-cao.
Bron: ABU, CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, versie mei 2026, art. 1 lid 1 tot en met 5 met voetnoot en art. 3 lid 1, geraadpleegd 1 oktober 2026. Valt je contract onder de NBBU-cao, dan gelden de regels en artikelnummers van die cao.
Gelijkwaardige beloning: verdien je evenveel als vaste collega’s?
Onder de ABU-cao 2026-2028 heb je als uitzendkracht recht op gelijkwaardige beloning (art. 21 lid 1). Alles bij elkaar moeten je arbeidsvoorwaarden ten minste gelijkwaardig zijn aan die van een vaste medewerker in een gelijk(waardig)e functie bij het bedrijf waar je werkt. Daarbij tellen onder meer loon, vergoedingen, overwerk, nachtdienst, pauzes, vakantieduur en feestdagen mee (art. 21 lid 2). Op jouw verzoek moet het bureau uitleggen hoe die gelijkwaardigheid is geregeld (art. 23 lid 5).
Gelijkwaardig betekent niet dat elke regeling precies hetzelfde is. Wordt een essentiële arbeidsvoorwaarde voor jou anders toegepast dan bij het bedrijf, dan moet een eventueel nadeel met een andere essentiële arbeidsvoorwaarde worden gecompenseerd (toelichting bij art. 21).
Bron: ABU, CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, versie mei 2026, art. 21 lid 1 en 2 met toelichting, en art. 23 lid 5, geraadpleegd 1 oktober 2026.
Hoe lang duurt fase A, en wat komt daarna?
Onder de ABU-cao 2026-2028 begin je in fase A. Die duurt 52 gewerkte weken bij hetzelfde bureau, en doorbetaalde vakantieweken tellen mee. Werk je daarna door, dan kom je in fase B, met hooguit zes contracten voor bepaalde tijd: tot 1 januari 2028 maximaal drie jaar, daarna twee jaar. Werk je ook daarna door, dan volgt fase C, met een contract voor onbepaalde tijd (art. 14). Een bureau mag de fases ook 1-2, 3 en 4 noemen.
Tot 1 januari 2028 begint de telling van fase A opnieuw als er meer dan zes maanden tussen twee contracten zit. Volgens de ABU-cao vervangt op 1 januari 2028 een nieuw artikel 14 het huidige, in lijn met een wetswijziging die dan in werking moet treden. Fase B duurt dan twee jaar, maar een contract in fase B dat al voor die datum is gesloten, houdt de termijn van drie jaar. Voor contracten vanaf die datum geldt de wettelijke tussenpoos van 36 maanden in plaats van de zes maanden.
Bron: ABU, CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, versie mei 2026, art. 14 (tot 1 januari 2028) lid 1 onder a en c, lid 2 onder b en d, en lid 3 onder b; art. 14 (vanaf 1 januari 2028) lid 2 onder a, lid 3, lid 6, lid 14 en lid 15; voetnoot bij art. 13 en 14 over de aanduiding 1-2, 3 en 4; geraadpleegd 1 oktober 2026.
Krijg je vakantiegeld als uitzendkracht?
Ja. Je hebt wettelijk recht op vakantiegeld van ten minste 8% van je brutoloon, over het deel tot drie keer het minimumloon (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 15 lid 1). Onder de ABU-cao 2026-2028 krijg je het uiterlijk in mei of in de eerste week van juni, tenzij je afspreekt dat het per periode wordt uitbetaald. Neem je minstens zeven dagen achter elkaar vakantie, dan kun je vragen het eerder uit te betalen (art. 32).
Werkte je al onder de vorige ABU-cao, dan kende je misschien reserveringen voor onder meer bovenwettelijke vakantiedagen, feestdagen en kort verzuim. Die reserveringssystematiek is op 1 januari 2026 vervallen; wat nog openstond wordt afgerekend, tenzij je iets anders afspreekt. De reservering voor je vakantiegeld blijft wel bestaan (art. 20a lid 3 en 4).
Bron: Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 15 lid 1, versie geldend vanaf 1 juli 2026, geraadpleegd 1 oktober 2026; ABU, CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, versie mei 2026, art. 20a lid 3 en 4 en art. 32 lid 1 tot en met 3, geraadpleegd 1 oktober 2026.
Wanneer vervallen je vakantiedagen?
Onder de ABU-cao 2026-2028 vervallen wettelijke vakantiedagen die je in fase A of B opbouwt een jaar na het einde van het kalenderjaar waarin je ze opbouwde. Wettelijke dagen uit fase C vervallen na vijf jaar, bovenwettelijke dagen in alle fases ook na vijf jaar (art. 31 lid 1). Je krijgt vakantiedagen in de regel in tijd, en het bureau moet je de gelegenheid geven je wettelijke dagen op te nemen (art. 31 lid 2 en 3).
Bron: ABU, CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, versie mei 2026, art. 31 lid 1 tot en met 3, geraadpleegd 1 oktober 2026.
Bouw je pensioen op als uitzendkracht?
Onder de ABU-cao 2026-2028 wel. De pensioenregeling voor uitzendkrachten wordt uitgevoerd door de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). De totale premie is 23,4% van de pensioengrondslag: 15,9% voor de werkgever en 7,5% voor de werknemer (art. 45 lid 2 en 5). Vanaf wanneer jouw opbouw start en hoe de grondslag werkt, staat in het reglement op stippensioen.nl, en dat reglement is bepalend (art. 45 lid 4).
Bron: ABU, CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, versie mei 2026, art. 45 lid 1 tot en met 5, geraadpleegd 1 oktober 2026.
Bij ons weet je waar je aan toe bent
Je loon, toeslagen en uren zie je terug op je loonstrook, en je hebt een vaste contactpersoon die je vragen beantwoordt. Geen keuzemenu.
Wil je aan de slag? Bekijk de vacatures met het loon meteen zichtbaar, of schrijf je in en stel je vragen gewoon aan een echte recruiter.
Bekijk direct vacatures
Veelgestelde vragen
Welke uitzend-cao geldt voor mij?
De ABU-cao voor uitzendkrachten 2026-2028 loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 (art. 3 lid 1). Er bestaat ook een NBBU-cao. De ABU-cao geldt niet bij een werkgever die lid is van de NBBU (art. 1 lid 2). Ook een andere cao kan gelden, bijvoorbeeld bij payroll of in de bouw. Welke cao geldt, hangt dus af van je werkgever. Vraag het voordat je tekent; de regels hieronder gaan uit van de ABU-cao.
Verdien ik als uitzendkracht minder dan vaste medewerkers?
Onder de ABU-cao 2026-2028 heb je als uitzendkracht recht op gelijkwaardige beloning (art. 21 lid 1). Alles bij elkaar moeten je arbeidsvoorwaarden ten minste gelijkwaardig zijn aan die van een vaste medewerker in een gelijk(waardig)e functie bij het bedrijf waar je werkt. Daarbij tellen onder meer loon, vergoedingen, overwerk, nachtdienst, pauzes, vakantieduur en feestdagen mee (art. 21 lid 2). Op jouw verzoek moet het bureau uitleggen hoe die gelijkwaardigheid is geregeld (art. 23 lid 5).
Hoe lang duurt fase A, en wat komt daarna?
Onder de ABU-cao 2026-2028 begin je in fase A. Die duurt 52 gewerkte weken bij hetzelfde bureau, en doorbetaalde vakantieweken tellen mee. Werk je daarna door, dan kom je in fase B, met hooguit zes contracten voor bepaalde tijd: tot 1 januari 2028 maximaal drie jaar, daarna twee jaar. Werk je ook daarna door, dan volgt fase C, met een contract voor onbepaalde tijd (art. 14). Een bureau mag de fases ook 1-2, 3 en 4 noemen.
Krijg ik vakantiegeld als uitzendkracht?
Ja. Je hebt wettelijk recht op vakantiegeld van ten minste 8% van je brutoloon, over het deel tot drie keer het minimumloon (Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, art. 15 lid 1). Onder de ABU-cao 2026-2028 krijg je het uiterlijk in mei of in de eerste week van juni, tenzij je afspreekt dat het per periode wordt uitbetaald. Neem je minstens zeven dagen achter elkaar vakantie, dan kun je vragen het eerder uit te betalen (art. 32).
Wanneer vervallen mijn vakantiedagen als uitzendkracht?
Onder de ABU-cao 2026-2028 vervallen wettelijke vakantiedagen die je in fase A of B opbouwt een jaar na het einde van het kalenderjaar waarin je ze opbouwde. Wettelijke dagen uit fase C vervallen na vijf jaar, bovenwettelijke dagen in alle fases ook na vijf jaar (art. 31 lid 1). Je krijgt vakantiedagen in de regel in tijd, en het bureau moet je de gelegenheid geven je wettelijke dagen op te nemen (art. 31 lid 2 en 3).
Bouw ik pensioen op als uitzendkracht?
Onder de ABU-cao 2026-2028 wel. De pensioenregeling voor uitzendkrachten wordt uitgevoerd door de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). De totale premie is 23,4% van de pensioengrondslag: 15,9% voor de werkgever en 7,5% voor de werknemer (art. 45 lid 2 en 5). Vanaf wanneer jouw opbouw start en hoe de grondslag werkt, staat in het reglement op stippensioen.nl, en dat reglement is bepalend (art. 45 lid 4).
Aan de slag?
Schrijf je in twee minuten in, ook via WhatsApp. Geen account of cv nodig.